Naar de inhoud
Floris Knol
NLEN

Artikel

Je kiest steeds de aanbevolen optie. Dan kun je beter iets anders doen.

Een potloodtekening van twee handen op een houten tafel naast een lange rij gelijke groene knopen, met op een apart groen dienblad één dichte envelop en een kleine sleutel, naast een lantaarn en een bekertje potloden.

Wie agents laat werken, klikt na een paar weken de hele dag dezelfde knop aan.

Het begint onschuldig. Een agent legt je een keuze voor: welke formulering, welke volgorde, welke van twee routes. Hij zegt er zelf bij wat hij aanraadt. Jij kijkt, denkt dat klopt, en kiest de aanbeveling. Een uur later komt de volgende vraag. Aan het eind van de dag heb je dertig keer hetzelfde gedaan, en de agents hebben dertig keer gewacht.

Ik herkende het bij mezelf. Ik schat dat ik ongeveer negen van de tien keer de aanbevolen optie koos. Op een middag stelde ik mezelf de vraag die erbij hoort: als ik dat de hele dag doe, wat is dan een betere keuze?

In dit stuk leg ik uit waarom dat patroon zo hardnekkig is, waar de grens ligt tussen wat je laat gaan en wat je houdt, en hoe je het in vier stappen zelf aanpakt. Het is een werkwijze en een denkmodel, geen product. Je kunt het vandaag doen met een kladblok.

Het knelpunt is niet de agent

Als autonome agents vastlopen, zoeken we de oorzaak meestal bij de agent: te weinig kennis, te weinig gereedschap, een slecht model. Dat speelt soms mee. Maar als je een tijdje met een team van agents werkt, zie je iets anders. Het werk blijft liggen doordat de mens moet kiezen.

Elke vraag aan jou zet het werk stil. Het werk staat stil tot je antwoordt. En het gemene is dat dit pas opvalt als er veel agents zijn. Eén agent die af en toe iets vraagt, is prettig: je houdt overzicht. Tien agents die elk af en toe iets vragen, maken van jou de smalste plek in het hele proces.

Dat is dezelfde les als bij elk ander proces. Een knelpunt verplaats je niet door de rest sneller te maken. Ik kon de agents zo goed maken als ik wilde; de doorvoer werd bepaald door hoe snel ik op knoppen klikte.

Een keuze is alleen informatie als ze iets verandert

Hier zit de kern. Als je negen van de tien keer de aanbeveling kiest, is jouw keuze geen informatie meer. Ze verandert niets aan wat er gebeurt. De agent had hetzelfde gedaan, een uur eerder, zonder dat je erbij hoefde te zijn.

Dat is geen verwijt aan jezelf. Het laat zien dat de aanbevelingen goed zijn, en dat is precies wat je wilt van een agent. Maar het betekent ook dat je betaalt, in wachttijd en aandacht, voor een beslissing die je niet neemt. Je zet er een vinkje bij.

De betere vraag is daarom niet "hoe krijg ik betere aanbevelingen?" maar "welke keuzes moet ik zelf maken, en welke niet?"

De grens ligt bij gevaar, niet bij belangrijkheid

Mijn eerste neiging was om de grens te leggen bij wat belangrijk is. Dat werkt niet, want bijna alles voelt belangrijk als je er zelf over gaat. Een kop boven een artikel is belangrijk. Een tijdstip voor een bericht is belangrijk. Toch zou het niets uitmaken als de agent die keuze maakte.

De grens die wel werkt, ligt bij gevaar. Dat bedoel ik zo: een keuze is van mij als ze een andere uitkomst heeft die moeilijk terug te draaien is, of als ze iets raakt dat ik niet uit handen geef. Dat zijn een paar vaste soorten:

  • Geld: iets betalen, een abonnement afsluiten, een prijs noemen.
  • Mijn naam naar buiten, voor het eerst: een nieuw soort uiting, een eerste bericht aan iemand.
  • Mensen: wat een echt persoon ontvangt of merkt, en alles met persoonlijke gegevens.
  • Juridische zaken: contracten, voorwaarden, aansprakelijkheid, wat ik wel of niet aanbied.
  • Wat niet terug kan: iets verwijderen, iets dat in een openbare geschiedenis blijft.
  • Toegang en veiligheid: sleutels, rechten, een nieuwe koppeling naar buiten.
  • De grote richting: een nieuw product, een nieuwe dienst, iets dat veel werk of geld vraagt.

Alles wat daar niet onder valt, is een nuanceverschil. Woordkeus, volgorde, opmaak, een tijdstip binnen de dag, de keuze tussen twee gelijkwaardige routes. Een nuanceverschil heeft geen andere uitkomst; het is een andere weg naar hetzelfde. Daar hoef ik niet te kiezen.

Twijfel je of iets in de lijst valt, dan valt het erin. Maar twijfel over een nuance is geen twijfel over de lijst. Dat onderscheid is het hele werk.

Loslaten wordt veilig als terugdraaien één handeling is

De tegenwerping is voor de hand liggend: wat als de agent het fout doet? Dat kan. Daarom hoort er bij elk besluit dat de agent zelf neemt een tweede regel: hoe ik het ongedaan maak.

Een agent die zelf kiest, schrijft in zijn logboek wat hij koos, waarom, en hoe het terug te draaien is. Bijvoorbeeld: "gekozen voor de korte kop, omdat de lange de regel afbrak; terug te draaien door de oude kop in het bestand te zetten". Dat is één zin, en daar draait het om. Ik hoef niet vooraf te weten of de keuze goed is. Ik hoef achteraf te kunnen zien wat er gekozen is, en het te kunnen omdraaien als het niet klopt.

Zo kantelt het idee van controle. Je controleert niet meer vóór elke stap, je kijkt terug over een rij besluiten en grijpt in waar het nodig is. Dat is veel minder werk, en het is eerlijker: je kijkt naar wat er echt gebeurde, niet naar wat er zou kunnen gebeuren.

Een regel beheert de mens, de agent verzint hem niet

Dit is het punt waar het mis kan gaan als je het verkeerd om doet. Je kunt een agent vertellen "gebruik je eigen oordeel bij kleine dingen". Dan hangt alles af van wat de agent als klein beschouwt, en dat verschuift met de dag en met het model.

Beter is het om beslisregels vast te leggen als iets wat jij beheert: een lijst in gewone taal waarin per regel staat wanneer die geldt, wat de agent dan mag en hoe je het terugdraait. De agent mag een regel voorstellen. Alleen jij zet hem aan. Een voorstel kan zo klinken: "je koos de afgelopen weken vijf keer de aanbeveling bij dit soort vraag; wil je dat ik dit voortaan zelf doe?"

Daarmee is autonomie geen schakelaar, maar een lijst met regels die met je vertrouwen meegroeit. Je begint met drie regels. Na een maand zijn het er tien. Na een half jaar weet je precies waar je vertrouwen ligt en waar niet, en dat staat op papier.

Leg dus niet vast wat de agent moet doen, maar wat jij zelf wilt blijven beslissen. De rest volgt daaruit.

De vragen die overblijven, worden beter

Er is een bijeffect dat ik niet had verwacht. Als de gewone vragen verdwijnen, wordt wat overblijft zwaarder en zinniger. Je krijgt alleen nog de keuzes waar iets aan hangt.

En die vragen kun je slimmer stellen. Een vraag die je voorlegt, moet meteen de vervolgvraag meenemen. Als een agent vraagt "mag ik dit versturen?", dan hoort daarbij al dat hij weet wat er na een ja nog van jou nodig is, en wat na een nee. Anders krijg je een ja, en loopt het werk een stap later opnieuw vast, omdat er nog een gegeven ontbrak.

Het beste is als vervolgvragen alleen verschijnen als ze relevant zijn: je kiest, en pas dan klapt de volgende vraag open. Zo krijg je geen formulier van twintig vragen, maar een gesprek dat meegaat met wat je zegt.

Wat je vandaag zelf kunt doen

Je hebt hier geen studio of speciaal gereedschap voor nodig. Vier stappen, in een week of vier:

  1. Tel een week lang hoe vaak je de aanbevolen optie kiest, per soort vraag. Een streepjeslijst volstaat. Je zult zien dat sommige soorten bijna altijd gelijk eindigen, en andere nooit.
  2. Schrijf voor de soorten waar dat bijna altijd zo is één regel: "dit mag de agent zelf, en zo draai ik het terug". Eén zin per regel. Begin klein, met twee of drie.
  3. Schrijf de lijst op van wat altijd bij jou blijft: geld, je naam naar buiten, mensen, juridische zaken, wat niet terug kan. Die lijst gaat voor elke andere regel. Als een regel botst met de lijst, wint de lijst.
  4. Kijk na een maand terug: wat is teruggedraaid? Waar iets terugkwam, maak je de regel strakker. Waar niets terugkwam, mag hij ruimer.

Dat laatste is het deel dat mensen overslaan, en het is het belangrijkste. Zonder terugkijken is het een gok. Met terugkijken is het een leerproces waarin jij en je agents samen vaststellen hoeveel ruimte er is.

Wat het oplevert

Ik zie vooral twee dingen. Het werk loopt door terwijl ik er niet bij ben, omdat de agent niet meer wacht op een klik die toch altijd hetzelfde zou zijn. En mijn aandacht gaat naar de plekken waar ze telt.

Er is nog een derde ding, en dat is subtieler. Door op te schrijven wat ik zelf wil beslissen, weet ik het ook beter. De lijst van wat bij mij blijft is een soort verklaring van waarvoor ik verantwoordelijk wil zijn. Dat is iets wat je anders nooit zo helder voor jezelf hebt.

Als je de hele dag dezelfde knop aanklikt, ben je geen beslisser meer maar een stempel. Dan is het tijd om te bepalen waar je wel wilt beslissen, en de rest los te laten met een route om terug te keren.

In mijn boek AI-agenten die het werk doen werk ik uit hoe je agents zo inricht dat ze met jouw grenzen kunnen werken, met opdrachten die je dezelfde avond kunt doen: https://florisknol.nl/boeken/ai-agenten-die-het-werk-doen/

Alle stukken

Zie ook