Naar de inhoud
Floris Knol
NLEN

Post

Wie mag de hoofdversie van je werk aanpassen?

Beeld: Twee paar handen reiken elk een ingepakt pakketje aan over een smal tuinhek met een groen lampje; erachter staat een grote, nette boekenkast.

Wie mag de hoofdversie van je werk aanpassen? Bij mij is het antwoord: niemand, behalve één poort.

In mijn studio werken twee AI-agents aan code, elk aan een eigen deel. Ze werken allebei in een tussenversie. De hoofdversie, waar alles op draait, schrijven ze nooit zelf. Dat doet één poort. Die draait alle toetsen op precies de laatste stand van de tussenversie. Is alles groen, dan gaat die stand door naar de hoofdversie. Is er iets rood, dan gebeurt er niets en blijft de hoofdversie op de laatste goede stand staan.

Drie afspraken maken dit werkbaar:

  1. Een rode stand wordt niet opnieuw getoetst. De poort wacht op een nieuwe wijziging.
  2. Zolang er iets rood is, mag degene die het ticket heeft alleen de reparatie doorvoeren. Ander werk wacht.
  3. Komt de fout uit het deel van de ander, dan krijgt die een ticket en draai je de wijziging terug. Zo blijft niemand wachten.

Het mooie is dat niemand erover hoeft te onderhandelen. Wie wat mag, hoeft niet bij elke wijziging opnieuw besproken te worden. De poort beslist en iedereen weet vooraf waarom.

Dat geldt voor agents en voor mensen. Een goede regel voor samenwerken is er meestal één die niemand hoeft te onthouden, omdat de opzet hem afdwingt.

Hoe regel jij dat bij jullie: wie mag er bij jou rechtstreeks in het "echte" werk schrijven, en wie niet?

Dit stuk op LinkedIn

Alle stukken